dieven en geliefden

Net als in zijn prozaboek Het land van de wangen legt Luuk Gruwez in deze dichtbundel een grote interesse aan de dag voor 'het eerste en het laatste'. Waarom? Wellicht omdat zich in die ervaringen een intensiteit openbaart die ze bij uitstek geschikt maakt voor de literaire verbeelding. De titel van deze bundel wijst erop dat zijn werk nog altijd in het teken staat van twee onuitroeibare obsessies: de vermaledijde dood en de verlangende erotiek. Dit wil niet zeggen dat er in zijn poëzie geen ontwikkelingen te bespeuren vallen. Sommige van zijn nieuwe gedichten vertonen opvallende surrealistische trekken en ook valt er een omslag waar te nemen ten gunste van het langere, epische gedicht. Het zijn nieuwe recepten maar ze zijn afkomstig van een vernieuwde keuken. De fascinatie voor het lichamelijke en het verval, het samengaan van het banale en het verheve, de onmogelijkheid zich waar dan ook werkelijk thuis te voelen, de behoefte te verzamelen om te kunnen vergeten en het gevoel te leven in gestolen tijd. Allemaal onmiskenbaar Gruweziaans.

Dieven en geliefden is een bundel van een romanticus die met zijn hoofd in de wolken, maar met zijn voten in de modder staat.