vuile manieren

Over de vorige, meermalen bekroonde bundel van Luuk Gruwez, Dikke mensen, schreef Ed Leeflang: 'Wie de corpulentie met zoveel begrip kan beschrijven, moet wel een scherp besef hebben van wat het lichamelijke bedreigt.'

De kwetsbaarheid van het lichamelijke, van het leven zelf dus, staat ook centraal in Vuile manieren. van kinderen die heimelijk seksspelletjes met elkaar spelen wordt in Vlaanderen gezegd dat zij 'vuile manieren doen'. Maar even zo goed kunnen 'vuile manieren' betrekking hebben op de 'rotstreken' die de dood ons levert. Deze gedichten staan dan ook in het teken van de erotiek en de hopeloze strijd tegen de teloorgang. Gruwez weet de nietigheid van de mens in zijn ontroerende, soms groteske incantaties zo uit te vergroten dat er een bezwerende werking van uitgaat. Zijn poëzie is gepreoccupeerd met de dood, waarvan bijvoorbeeld de monumentale cyclus 'K.', die handelt over de dood van een kankerpatiënte, op aangrijpende wijze getuigt. Maar tevens laaft zij zich aan het warme leven waar dit zich ook maar aandient: in de kelk van een roos, of - waarom niet? - in de volle vlezen van een slagersvrouw. Aldus weet Gruwez van het beschadigde, miezerige en afgedankte iets te maken dat glorieert.