Bandeloze gedichten

Bandeloze gedichten

Luuk Gruwez (1953) geldt als de meest gebloemleesde dichter van zijn generatie. In deze Bandeloze gedichten heeft hij zichzelf maar eens verzameld. De bundel is een bloemlezing van alle (soms grondig herziene) gedichten die hij wilde handhaven uit de periode vóór Vuile manieren (1994). Met die reprise is Gruwez' herhaaldelijk bekroonde dichtwerk weer optimaal beschikbaar. Uit deze bloemlezing blijkt eens te meer dat Gruwez in de eerste plaats een portretist is van de mensen die hem omringen: 'Want alles gaat voorbij maar niets gaat over'.