k i duel

Kanker, boze, trotse, nukkige meneer,
u die ook rokkenjager bent
en gretig mensenlijven tatoeëert,
ik ken nog wel een betere buit:
een beeldig ding, alom geliefd,
dat jong is en straks kinderen krijgt.
Sla die desnoods maar aan de haak,
maar knabbelt u toch niet aan haar.

Zij die hier stil naast mij
te slapen ligt, heeft mannetjes
met vingers in haar vel
die haar van binnen driftig strelen.
Haar lijf: verschrikkelijk bordeel.

Die borsten, botten, lymfen, longen,
vindt u die waarlijk om te stelen?
Wij moeten als markiezen duelleren.
En als u wint, o.k., laat mij creperen.