Album III

Dood, wees nu hoffelijk, want mijn moeder komt.
Zij komt met handtas en haar beste hoed,
gekrenkt tot in haar poederdoos,
arm ding, dat alle glorie verloor.

Zij komt: een juf gestikt in een mevrouw.
Haar ziel nog in een zakdoek gesnikt,
haar lichaam zo gerantsoeneerd
dat het maar goed was voor een halve eeuw.

Dit liefelijk karkas met pruikenbol,
ik kan het domweg niet vergeten.
Hoe zij in alles was gesjeesd,
misschien in doodgaan nog het meest