mia benigna fortuna

Had mij me maar op goed geluk gepakt,
zonder pardon en zonder gekerm
van verzen die op maat hoorden te zijn
voor mij - zijn Lore,laura,Lorelei -

en mijn onmogelijke toekomstloze ogen.
Ik was een vrouw, geknipt voor het vergeten:
zoveel is mij, slim lijk, wel bijgebleven.
Maar ja, een vent dient soms per se iets moois

te maken, iets onvergetelijks, omdat hij meent
dat er iets monsterlijks tussen zijn benen bengelt.
Wat had hij dan van mij verwacht? Dat ik zoals
een teef amechtig op hem toe zou zijn gekropen?

Daarvoor bleef ik, zelfs met een string
en met mijn jarretels en nylons aan,
te zeer Madamme, Madonna, Meesteres.
Mij leek die trieste schat, amore mio,

ook met zijn penis lelijk in de rouw
zo vaak hij met zijn tere ikken
mijn etalage likken kwam, waarna ik mij
- perfecte fake - in brand liet steken

door puistekoppen, mannen uit de ramsj.
Maar van niet een die mij bepotelde,
onthield ik later nog de naam.
Alleen van hem die mij nooit nam.