samen

Je stierf alleen maar om de tijd te doden.
Dat sterven stond je goed, zo goed
dat, ding geworden met de dode dingen,
je nauwelijks leek overleden.

En toen het zover was en jij zó ver,
toen kwam er nog een heer langs met gebeden,
die, zich beroezend aan zijn zegen,
jou nog met eeuwig leven wou vervelen.

Maar niets dat je kon deren in dat
stil vervoerde, waarin je lag te dromen,
het hof gemaakt en aangeraakt
door beeldig schone, idiote dood.

En eindelijk samen en nooit zo samen,
de lichtste fee, die mij eens baarde.
- De eerste heer beminde voor het eerst
de laatste dame.