Tongen
Voor Jozef DeleuMen neme een moeder,
een moeder van goede kwaliteit.
Men rukke haar de tong uit.
Men zette haar hierna weer weg.
Vervolgens neme men een kind,
ook dit van goede kwaliteit,
een kind dat amper mama zeggen kan.
Men rukke het de tong uit.
Dit alles net zo vaak herhalen
tot men voldoende tongen bekomt
voor het verwerven van een taal.
Er zijn veel tongen nodig voor één taal.
Want wreed is elke taal en teder
zoals sterkwater voor kadavers.
Aldus ontstaat nu wat men noemt een moedertaal.
Velerlei landen hebben dezulke, jazeker.
Men hoort zelfs in de verste streken
voortreffelijk moedertalen spreken.
Men knippe van de moedertaal de moeder af,
de moeder weder scheidend van de taal.
(Met te veel moeder dreigt er koeterwaals.)
Men werpe haar bij lange na niet weg,
Men zette haar gewoon een poos opzij,
natuurlijk op een koele plek.
Men zwijge.
Men menge het futiele en het subtiele,
het sublieme en het imbeciele.
Men menge de lijfgeur met de lijkgeur,
het perfecte met het perverse,
dit alles in gelijke mate.
En dan, maar dan alleen
en zeker geen seconde eerder:
dan spreke men.
