Voliere I

Van top tot teen vol vogels zit mijn vader.
Er hangen korenblauwe luchten in zijn lijf
en vergezichten om bij weg te dromen
en takken waar men, vogel zijnde, graag op slaapt.

De meest diverse soorten herbergt hij;
Bijvoorbeeld in zijn hoofd iets hoogs,
een torenvalk, een nachtegaal, een kardinaal
of welbespraakten als de papegaai, alsook de ara

uit de karaokebar. Omstreeks zijn kolossale kont,
daar wonen enkel en alleen de doodgewonen:
kanaries, zebravinken, pimpelmezen,
meerstemmig maar saamhorig in hem thuis.

Als al die vogels simultaan duizeling-
wekkend aan het kwetteren slaan,
kan ik de nagalm van zijn zwijgen horen.
Nooit is het stil wanneer mijn vader zwijgt.